Klaas ten Holt (1960)

Kleine Cello Sonate (2012) * (band 3)

Wat maakt uw muziek uniek?

Misschien wel alleen het feit dat ze door mij geschreven is.

Wat inspireert u bij het componeren?

Vrijwel altijd andere muziek. Dat kan van alles zijn, overal vandaan komen. Vaak is het voor de luisteraar niet terug te horen en soms weet ik het zelf ook niet meer na verloop van tijd. Maar als ik er over nadenk begint het bijna altijd met iets dat ik gehoord of opgepikt heb. Dat hoeft niet per se tot een citaat te leiden, het kan ook op een abstracter niveau zijn: een klank of klankkleur, een ritme, een instrumentalist, drukte of rust.

Hoe bent u componist geworden? Hoe bent u op het idee gekomen om te componeren?

Ik heb er nooit over nagedacht. Ik weet ook niet of ik wel een componist ben, ik voel me meer een maker, een bedenker. Iets trekt mijn aandacht en dan ga ik me erin verdiepen. Soms leidt dat tot iets, soms niet. Als ik mezelf tot componist zou bombarderen zou ik me daarin gevangen voelen.

Waar komt de titel vandaan?

In dit geval beschrijft de titel de vorm. Je zou het een eufemisme kunnen noemen.

Op welk instrument bent u begonnen met spelen?

De gitaar.

Wat was vroeger uw favoriete muziek en wat is uw favoriete muziek nu?

The Beatles en Bartók. De laatste waarschijnlijk vanwege mijn Hongaarse roots van mijn moederskant. Wij hadden een prachtige uitvoering van het “Concert voor Snaren, Slagwerk en Celesta” in een cassette met die 45 toeren singles; The Los Angeles Chamber Symphony onder leiding van Harold Byrns. Die heb ik nog altijd, alleen bezit ik geen pick-up meer…

Aan welke kant stond u vroeger/nu, Beatles of Rolling Stones?

Ik vind The Beatles ‘hors catégorie’ maar ik hou ook heel erg van The Stones. Ik hou ook meer van Blur dan van Oasis, maar ik vind Wonderwall toch een heel mooi liedje.

Foto: Erik Smits