Guus Janssen (1951)

3 Fratsen (2012) * (band 2)

 

Wat maakt uw muziek uniek?

Moeilijk te zeggen over je eigen muziek. Ik geloof wel dat mijn achtergrond als klassiek pianist/klavecinist/(elektrisch) organist en (jazz)-improvisator niet veel voorkomt.

Wat inspireert u bij het componeren?

Het hele leven. Muzieknoten zijn eigenlijk net mensen: ze kunnen opdringerig zijn of bescheiden, iets (on)zinnigs te melden hebben en stilzitten, bewegen of dansen.

Hoe bent u componist geworden? Hoe bent u op het idee gekomen om te componeren?

Als kind van vier ontdekte ik de piano bij ons thuis en deed ik oudere broers en zussen na. Omdat dat niet goed lukte, begon ik vanzelf te improviseren. Op een gegeven moment leek het me wel wat om dat ook allemaal op te schrijven. Toen ik 14 was wist ik dat ik componist wilde worden.

Waar komt de titel vandaan?

Frats = aanstellerij, bui, bevlieging, (belachelijk of koddig) gebaar, dwaze streek, grimas, gril, gekheid, grappige beweging, koddig gezegde, kunst, kuur, nuk, streek en/of zonderling idee.

Op welk instrument bent u begonnen met spelen?

Piano, later ook kerkorgel en allerlei andere toetsinstrumenten.

Wat was vroeger uw favoriete muziek en wat is uw favoriete muziek nu?

Toen ik zes was draaide ik een plaat grijs van de ‘Kaiserjodler’ uit Wenen. Nu luister ik naar alles, van Afrikaans, Abba en Andriessen tot Zuidam, Zipoli en Zydeco.

Aan welke kant stond u vroeger/nu, Beatles of Rolling Stones?

Dat hing/hangt van mijn bui af. Soms is het ‘Imagine’ dan weer ‘Street Fighting Man’.

Foto: Francesca Patella

Fratsen: Deel 1:

Fratsen: Deel 2:

Fratsen: Deel 3: